zaal 1

zaal

Kunsthuis Secretarie Meppel

28 mei t/m 17 juli 2011, ruimtelijke verkenningen, modellen en projecten

Eric de Leeuw

Hans van Lunteren

WAT IS WONEN, HOE MAAK JE EEN PLEK?

Deze simpele vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Het wonen en verblijven op een plek is niet een willekeurige keuze, het staat gelijk met de existentiële situatie die je als mens hebt aanvaard. Immers, wanneer je niet bent, dan neem je geen plaats in.

Het huis schept een afstand die een uitzicht op de wereld mogelijk maakt. Door een woning te betrekken en je te vestigen in de wereld, maak je een stukje van de wereld tot een thuis. Het huis is vestiging en vesting: vanuit deze plaats jezelf beschermen tegen deze wereld is haar doel. Vanuit de woning kun je uitkijken op de wereld: geborgen, droog en veilig. Het bouwen van een huis betekent ook dat de plek voorgoed wordt ingenomen, je moet inbreuk doen op de omgeving; het is daarom altijd ook een daad van geweld.

Je eigent je een plek toe die je een ander ontzegt.

Enerzijds is het wonen dus het buitensluiten van de ander (an act of violance) maar dit buitensluiten biedt anderzijds de mogelijkheid om mensen te ontvangen (an act of compassion). En daarmee wordt de vijandige relatie tussen het huis en de buitenwereld doorbroken. (bron: Ruud Welten, ed. M. van Tol, Het Open Huis; Emmanuel Levinas en het wonen, 1995)

Ook in het landschap neemt de mens een plek in door inbreuk te doen op de natuur eigent hij zich er een deel van toe. De inrichting van een landschap of de vormgeving van een tuin, vertelt ons iets over de relatie die de mens aan gaat met de natuur. Binnen de tuin domineert de mens de natuur en heeft niets van haar te vrezen. Het is echter onvoorspelbaar wat de natuur vervolgens zelf doet, zoals bijvoorbeeld hoe zaailingen van de teunisbloem een plek ver- overen tussen de tegels van een geplaveid terras.

ERIC DE LEEUW

Architectonische verkenningen staat voor een onderzoekende en verkennende ma- nier van werken. Ontwerpen is voor Eric de Leeuw een zoektocht naar de grenzen van de architectuur om tot het absolute ervan door te dringen. In contacten met op- drachtgevers, bij het schrijven van teksten, het maken van beelden en in gesprekken met studenten blijft hij zich steeds afvragen wat architectuur moet zijn. In elk project investeert hij veel tijd in research om kennis te vergroten. Het doel is om met de opdrachtgevers, als partners in deze gezamenlijke zoektocht, tot de best mogelijke, poëtische oplossing te komen.

De zoektocht naar het absolute in de architectuur vertaalt zich steeds weer in een vernieuwde samenkomst van verhalen, betekenissen en ontdekkingen. Zijn ruimtelijke modellen en objecten voor deze tentoonstelling laten zien dat de vraag naar wat is wonen, hoe maak je een plek, zich vooral laat beantwoorden in abstracte beelden.

Eric de Leeuw (1965) studeerde architectuur aan de Academie voor Beeldende Kunst en de Academie van Bouwkunst. Na zijn studie was hij werkzaam bij onder andere Studio Alchimia (Milaan), Kerste- Meijer Architecten (Amsterdam) en Mecanoo Architecten (Delft). In 1997 was hij medeop- richter van DAAD Architecten (Beilen), waarvan hij deel uitmaakte als architect/ directeur tot 2005. Sedertdien werkt hij zelfstandig aan projecten op het gebied van architectuur, interieur en beelden- de kunst. Daarnaast is hij docent Interi- eurarchitectuur aan ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten (Zwolle).

HANS VAN LUNTEREN

Met zijn projecten in de openbare ruimte zoekt de beeldend kunstenaar Hans van Lunteren naar eigentijdse vitale vormen waarin de dialoog tussen natuur en cultuur op een beeldende en harmoniserende wijze aanwezig is. Zijn beeldonderzoek bestaat onder andere uit fotografische observaties die zich rich- ten op de beeldkwaliteiten van wat hij noemt ‘het herstellend vermogen van de natuur’. Zo ontdek hij nieuwe beeldvormen die mogelijk een vertaling kunnen krijgen in een ontwerp van een landschap, tuin of beeld.

Een van de thema’s waar zijn belangstelling naar uitgaat is hoe de natuur opnieuw be- zit neemt van door ons verlaten plaatsen De ‘verwildering’ is een antwoord op de overregulatie die het aanzien van de openbare ruimte in het algemeen bepaalt. Daarmee geeft het ruimte aan dat wat ontstaat tegenover dat wat men maakt, het procesmatige en intuïtieve tegenover het geplande en bedachte. Het spiegelt de onvoorspelbaarheid van het leven en toont dit als kwaliteit.

Hans van Lunteren (1945) studeerde aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving te ’s Hertogenbosch afdeling Beeldhouwen (1963 /1968) en aan het Wellantcollege te Houten (2006 / 2009 ) waar hij de opleiding tot hovenier volgde. Vanaf 1969 is hij werkzaam als beeldend kunstenaar in de openbare ruimte (o.a. Sjanghaipark, 1969 – heden) en als adviseur voor diverse gemeentes en andere overheidsinstellingen. Van 1990 tot 2010 was hij als docent ruimtelijke vakken verbonden aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten te Zwolle.