DLVZ/

studio voor (interieur-) architectuur en onderzoek (sinds 1997)

kasteel Nijenhuis

maquette schuin van boven

kelder

In november 2006 zijn we door de provincie Overijssel gevraagd deel te nemen aan een besloten prijsvraag voor de presentatie van de ijskelder op het landgoed ‘t Nijenhuis.
In de jaren negentig van de vorige eeuw is op het landgoed van ‘t Nijenhuis de fundering van een ijskelder blootgelegd. Onderzoek om te achterhalen hoe deze kelder er uit heeft gezien heeft geen uitgangspunt voor constructie opgeleverd. Wel is door het onderzoek de wens ontstaan om iets te doen met deze fundering. De provincie Overijssel, eigenaar van het landgoed en Museum de Fundatie, gebruiker van het kasteel, hebben het plan opgevat de fundering van de voormalige ijskelder te conserveren en als aanleiding te gebruiken voor het op een educatieve wijze informeren van bezoekers over ijs door de tijd heen, ijskelders en het landgoed Nijenhuis.

In ons onderzoek hebben we ons vooral verdiept in zowel de verwondering over ijs in de zomer, als in de viering van het leven aan een tafel waaraan ijs wordt geconsumeerd in de zomer. Om in de zomer te kunnen genieten van de luxe van ijs aan tafel, dranken te koelen en te verwerken tot bijvoorbeeld een citroensorbet, moest men in het verleden over een zekere rijdom beschikken. Machtige en invloedrijke families zoals bijvoorbeeld het geslacht De Medici, beschikten over de middelen om het arbeidsintensieve verzamelen en conserveren van ijs te financieren. Rijk geworden als kooplieden en bankiers, beschikten ze over tijd en geld om met gasten de luxe van goede spijs en dranken te genieten, en het goede leven te vieren.
Voor het conserveren van ijs zijn al in het oude China speciale methoden ontwikkeld. Ook in andere oosterse landen zijn vroege voorbeelden bekend. In Europa is het gebruik van ijskelders pas vanaf de 15e-16e eeuw bekend. De Medici hebben bij de verspreiding van het fenomeen ijs in de zomer een belangrijke rol gespeeld. Toen Maria de Medici in 1572 trouwde met de Franse koning Hendrik IV, nam ze het recept voor citroensorbet mee, en introduceerde daarmee de technieken van het conserveren van ijs in Frankrijk. De verwondering van de fransen destijds over de magie van het ijs eten in de zomer kunnen we ons nu bijna niet meer voorstellen.
In onze streken is het conserveren en eten van ijs in de zomer pas in de 17e-18e eeuw in gebruik geraakt, en uiteindelijk eind 19e eeuw ook bij het Nijenhuis in praktijk gebracht, waarschijnlijk door de toenmalige eigenaar Henri von Knobelsdorff. Dankzij verschillende erfenissen waren hij en zijn vrouw, barones van Pallandt, in staat een overvloedig huishouden te voeren, uitbreiding van het kasteel en verbeteringen op het landgoed hoorden daarbij. Er werden voor gasten in de zomer regelmatig grote diners en jachtpartijen georganiseerd voor diverse gasten, wellicht zelfs van Koninklijke komaf. Het serveren van ijs aan tafel was daarbij een demonstratie van de rijkdom waarin zij in die tijd verkeerden.

De beide aspecten, het vieren van het leven en de verwondering over het ijs in de zomer, zijn in ons ontwerp een belangrijk uitgangspunt.